Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

AT4181

Datum uitspraak2005-03-16
Datum gepubliceerd2005-04-19
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Arnhem
Zaaknummers112088
Statusgepubliceerd


Indicatie

Volgens eiser heeft Auclair verklaringen in strijd met de waarheid afgelegd. Hij kondigt aan in verband daarmede een procedure wegens meineed te zullen aanvangen. Wat daarvan ook zij, nu de beslissing van 22 december 2004 is bekrachtigd, kan zulks gezien het bepaalde in artikel 46 lid 1 van de EG-Verordening nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie (EEX-Verordening) niet leiden tot een aanhouding van de uitspraak in de onderhavige zaak. Het verzoek tot aanhouding van eiser zal de rechtbank dan ook niet honoreren.


Uitspraak

Rechtbank Arnhem Sector civiel recht Zaak-/rolnummer: 112088 / HA ZA 04-659 Datum vonnis: 16 maart 2005 Vonnis in de zaak van [eiser], wonende te [woonplaats], eiser in het verzet, procureur mr. W. van de Velde, tegen de vennootschap naar buitenlands recht AUCLAIR BAUUNTERNEHMUNG GMBH, gevestigd te Goch-Kessel, gedaagde in het verzet, procureur mr. W.H.B.M. Litjens. Partijen zullen hierna [eiser] en Auclair genoemd worden. Het verloop van de procedure Dit verloop blijkt uit: - het tussenvonnis van 24 november 2004; - de akte uitlating van [eiser]; - de akte houdende uitlating van Auclair; - de akte uitlating van [eiser]; - de akte van Auclair. Ten slotte is vonnis bepaald. De verdere beoordeling Bij het genoemde vonnis van 24 november 2004 heeft de rechtbank de zaak naar de rol verwezen teneinde [eiser] in de gelegenheid te stellen zich nader uit te laten omtrent de vraag of een rechtsmiddel was ingesteld tegen de beslissing van 23 oktober 2002 van het Amtsgericht te Hagen, een “Vollstreckungsbescheid” waarbij [eiser] is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.617,97 aan Auclair. 2.2 Uit de in het geding gebrachte stukken, van de zijde van [eiser] een oproep voor een zitting op 14 december 2004 en vervolgens van de zijde van Auclair een beslissing (“Urteil”) van 22 december 2004 van het Amtsgericht Kleve, volgt dat [eiser] inderdaad een rechtsmiddel daartegen heeft aangewend. 2.3 Bij die beslissing van 22 december 2004 heeft het Amtsgericht Kleve de beslissing van 23 oktober 2002 bekrachtigd. 2.4 Volgens [eiser] heeft Auclair verklaringen in strijd met de waarheid afgelegd. Hij kondigt aan in verband daarmede een procedure wegens meineed te zullen aanvangen. Wat daarvan ook zij, nu de beslissing van 22 december 2004 is bekrachtigd, kan zulks gezien het bepaalde in artikel 46 lid 1 van de EG-Verordening nr. 44/2001 van de Raad van de Europese Unie (EEX-Verordening) niet leiden tot een aanhouding van de uitspraak in de onderhavige zaak. Het verzoek tot aanhouding van [eiser] zal de rechtbank dan ook niet honoreren. 2.5 Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in de artikelen 34 en 35 EEX-Verordening. Het verzet is derhalve ongegrond. De beschikking van 24 februari 2004 blijft in stand. 2.6 [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van de verzetprocedure worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Auclair worden begroot op € 576,- wegens salaris procureur (1,5 punt × tarief I à € 384,- per punt). De beslissing De rechtbank verklaart het verzet ongegrond, veroordeelt [eiser] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Auclair tot op heden begroot op € 576,-. Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 16 maart 2005.